All for Joomla All for Webmasters
  • Start

Internaat

  • Een warme, thuis ondersteunende omgeving

    Samen met de ouders en de school delen wij als internaat de verantwoordelijkheid in het opvoedingsproces. We bouwen aan een stabiele basis voor de toekomst.

    Een goede vertrouwensband tussen alle betrokken partijen is hierbij essentieel.
    Als gelijkwaardige partners investeren we op een respectvolle manier in de verdere ontwikkeling van jullie kind. Maximale betrokkenheid van alle partijen en een regelmatige en open communicatie staan hierbij centraal.

    Als internaat streven we naar een individuele aanpak waarin we gezinsondersteunend en pedagogisch-didactisch begeleiden. Binnen ons pedagogisch project - dat gestoeld is op het pedagogisch project van het GO!, de GO! Missie internaten en de missie 2020 voor internaten van het GO!, willen we ook zorg op maat bieden voor al onze internen.

    Naast het inzetten op socio-emotioneel welbevinden, gaan we onze jongeren ook optimaal begeleiden bij hun leerontwikkeling. Via studiebegeleiding bieden we onze internen individuele ondersteuning bij hun leerproces. Hierbij helpen we hen om een studiemethode te ontwikkelen die past bij hun leeftijd en hun leerstijl.

    Ook in hun vrije tijd verwerven jongeren attitudes, vaardigheden, kennis en competenties. Via een zo gevarieerd mogelijk activiteitenpakket bieden wij hen de kans om zich ook op deze momenten ten volle te kunnen ontwikkelen.

    Via de internenraad moedigen we onze jongeren aan om het leven op internaat mee vorm te geven.

    Ouders zijn de eerste en de belangrijkste personen voor hun kind.
    Door ook met jullie in dialoog te gaan over alle aspecten van het internaatgebeuren, wordt de leef- en leerzorg verder verdiept en verbreed.

    Van harte welkom !

    Internaat
  • Missie internaat Kunsthumaniora Brussel – waarom bestaan wij?

    Als internaat van het Gemeenschapsonderwijs, vertrekken we vanuit de missie en de waarden van het GO!.  Ons internaat is een verlengstuk van de school en complementair aan het gezin.

    Het ingebouwde internaat, verbonden aan de Kunsthumaniora Brussel, bezorgt ons een uniek profiel. Het is onze missie om elke interne leerling niet alleen op algemeen vormend, maar ook op artistiek vlak ten volle te ondersteunen. Wij delen dan ook de kernwoorden van de Kunsthumaniora Brussel: Passie, Respect, (Zelf)discipline en Verantwoordelijkheid. Het internaat van de Kunsthumaniora Brussel wil haar internen ondersteunen in hun ontwikkeling tot gelukkige, artistieke, mondige, positief-kritische en zelfstandige persoonlijkheden. Als volwaardige dienstverlenende entiteit scheppen we de ruimte voor onze jonge ‘kunstenaars’ om zich, met een open geest, als creatief individu te kunnen ontplooien.


    Voor studie en ontspanning kunnen onze internen tijdens de internaaturen steeds gebruik maken van de volledige accommodatie die de  Kunsthumaniora Brussel te bieden heeft (professionele theaterstudio’s, uitgeruste danszalen, lokalen met muziekinstrumenten…). Het ruime gebouw ligt in een groene omgeving, vlakbij het centrum van Brussel. We willen ten volle inzetten op de vele mogelijkheden die de hoofdstad te bieden heeft. Vandaar uit participeren we ook actief aan het culturele leven.

    We plaatsen ons volledig in het onderwijscontinuüm en onderschrijven het belang van ons internaat voor de zorgbreedte die het onderwijs aanbiedt.

    Hierbij hechten we belang aan de stem van elke jongere. Participatie en inspraak stellen we voorop in de dagelijkse werking van het internaat. De internenraad sluit hier dan ook op aan. De internenraad wordt vertegenwoordigd door leden uit elke studierichting en elke leeftijdscategorie.

    De expertise en betrokkenheid van onze medewerkers en de passie waarmee ze die kennis inzetten bij de begeleiding van al onze internen, zorgt voor een positief leef- en leerklimaat waarin de ontwikkelingskansen van elke interne leerling maximaal versterkt worden.

    Binnen ons internaat staat de jongere steeds centraal.
  • Thuis ondersteunende omgeving

    Het internaat werkt gezinsondersteunend, elke interne wordt op een aangepaste pedagogisch-didactische wijze begeleid, ongeacht geslacht, levensbeschouwing en sociale status. We houden rekening met de sterktes en zwaktes van elk individu in zijn context en bevorderen het welbevinden en welzijn van onze internen door hen met openheid en alertheid te benaderen en een geëngageerde interesse te tonen.

    Zorg op maat

    Vertrekkende vanuit het zorgcontinuüm, zijn zorg en zorgverbreding integraal opgenomen in ons pedagogisch denken. We bekijken elke interne leerling steeds op een holistische wijze, waarbij het geheel steeds meer is dan de som van de delen. Bij een zorg- of hulpvraag willen we begeleiding, ondersteuning en zorg bieden op basis van de individuele onderwijs- en zorgbehoefte van elke interne.

    Ons team gaat hierover regelmatig in overleg met leerlingenbegeleiding, klastitularissen, leerkrachten, ouders… Samen met de jongere en alle andere actoren werken we individuele strategieën uit. Het team is alert voor elke zorg -of hulpvraag, daarnaast hebben we als team permanent aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van al onze interne leerlingen.

    Vanuit het idee rond brede basiszorg en verhoogde zorg wordt via individuele begeleiding extra ondersteuning geboden aan internen die een dieperliggende zorgvraag hebben. Deze interne krijgt een vertrouwenspersoon toegewezen vanuit het opvoedkundig personeel, die samen met hem/haar een persoonlijk zorgtraject uitstippelt en dit traject opvolgt.

    Indien blijkt dat dit traject na evaluatie nog onvoldoende inspeelt op de zorgbehoeftes van de interne, wordt er samengezeten met alle actoren rond de interne en kan een doorverwijzing (naar bijvoorbeeld CLB) overwogen worden.

    Professionele begeleiding met focus op 'coaching' en 'leren leren'

    Dagelijks organiseren we studiebegeleiding met individuele ondersteuning. Onze opvoeders handelen als professionele studiecoaches. Met pedagogisch inzicht wordt gewerkt aan het verbeteren van de schoolresultaten van de interne leerling en helpen we hen om een studiemethode te ontwikkelen die past bij hun leeftijd en hun leerstijl. Differentiatie, begeleiding, ondersteuning en remediëring zijn onze vaste instrumenten. Op deze wijze bereiken we een krachtige studieomgeving waarin onze opvoeders leerlingen met leerproblemen begeleiden om strategieën te ontwikkelen die hen helpen bij het verwerken van de leerstof. Hierbij wordt rekening gehouden met de toegekende STICORDI-maatregelen.

    Internenparticipatie

    Wij willen dat jongeren deelnemen aan en inspraak hebben in de organisatie van het alledaagse leven van ons internaat. De internenraad is dan ook een essentieel onderdeel van onze werking. De internenraad komt minstens eenmaal per maand samen en van deze vergadering wordt steeds verslag opgemaakt. Het verslag wordt doorgenomen met de beheerder. Met de inbreng van onze interne leerlingen wordt in grote mate rekening gehouden. Ook over items die we niet kunnen realiseren gaan we steeds open communiceren en de redenen van onze beslissing argumenteren.

    Zinvolle vrijetijdsbesteding met focus op kunst en cultuur

    Jongeren verwerven op diverse manieren attitudes, vaardigheden, kennis en competenties. Via een uitgebreid activiteitenpakket op het vlak van ontmoeting, vorming, recreatie, informatie, sport, kunst en cultuur willen we onze internen stimuleren om ook hun vrije tijd artistiek en zinvol in te vullen en hun horizon te verbreden. De internenraad heeft inspraak bij het opstellen van de intra- en extramuros kalender.

    Ouderbetrokkenheid

    Als internaat streven we naar een open, professionele en positieve communicatie met alle actoren die betrokken zijn bij het opvoedingsproces van onze internen. We willen de ouders zowel op formele als op informele wijze betrekken bij alle aspecten van het internaatgebeuren (studie, ontspanning, ontwikkeling van sociale vaardigheden). Ouders kunnen steeds een afspraak maken met de beheerder, beleidsmedewerker en de opvoeders.

    Kwaliteitszorg

    • We verbeteren onze leerlinggerichtheid op alle vlakken.
      Al onze beslissingen worden genomen vanuit drie vragen en in deze volgorde:
      1. wat is het beste voor de interne?
      2. wat is het beste voor het internaat in haar geheel?
      3. wat is het beste voor de opvoeders / beheerder / directie?

    • We leggen de lat hoog voor iedereen en investeren in beleidsvoerend vermogen en de professionele groei van medewerkers via nascholing en permanente vorming. We zorgen ervoor dat het team op de hoogte blijft van de vernieuwingen binnen het vakgebied. Bij de begeleiding en ondersteuning van onze internen zal steeds gehandeld wordt vanuit de nieuwste pedagogische inzichten.

    • We versterken de samenwerking tussen de school en het internaat en zorgen voor een optimale doorstroom van informatie. We maken maximaal gebruik van de aanwezige competenties om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van onze interne leerling. Daarom streven we naar de verdere uitbouw van een multidisciplinair team waarin orthopedagogen, leerlingbegeleiders, opvoeders, vakleerkrachten, klastitularissen, ouders, voogden, CLB, … continu met elkaar in overleg staan. Indien nodig zullen we ook beroep doen op andere externe experten.

    • We bouwen verder aan ons netwerk. Het internaat is geen eiland, maar maakt integraal deel uit van een breder geheel. Ouders en families moeten zo nauw mogelijk betrokken worden bij het leven binnen de muren van het internaat en we willen ons internaat ook stevig verankeren in de lokale context. Het is de bedoeling om voordeel te halen uit de intellectuele, artistieke en culturele context van de omgeving en bovendien willen we ons internaat ook binnen de maatschappelijke context plaatsen.

    • We zetten in op de uitbouw van een volwaardig secretariaat dat de continuïteit van al onze diensten aan interne leerlingen, ouders, school, derde partijen,… moet verzekeren. Zowel tijdens de internaaturen, in de strikte zin van het woord, als daarbuiten. 
    • We investeren constant in de uitbouw van onze infrastructuur met als doel de aantrekkelijkheid, gezelligheid en professionele uitstraling van ons internaat te verhogen.
    • We investeren verder in interne kwaliteitszorg door kwalitatieve en kwantitatieve data te verzamelen over de verschillende beleidsdomeinen van onze werking. Op basis van deze analyse sturen we het beleid bij waar nodig.
  • Positieve psychologie

    Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw is er in de psychologie veel interesse ontstaan voor de studie van positieve beleving van emoties. Mensen die gelukkig zijn, krijgen letterlijk energie.

    Hieronder 4 onderverdelingen in aparte links/tabs

    • Welbevinden en sterktes (Seligmann)

      We streven er binnen ons internaat naar om bij onze jongeren een zo hoog mogelijk gevoel van welbevinden te realiseren.

      Gebruik maken van je sterke kanten leidt tot meer welbevinden (well-being). Volgens Seligmann (2011) kent welbevinden 5 peilers.

      1. Het plezierige leven
        Je gelukkig en tevreden voelen. Dit gaat over het ervaren van positieve gevoelens.
      2. Het goede leven
        Het ervaren van gevoelens van persoonlijke vervulling. Zijn jongere betrokken bij wat ze doen?
      3. Het hebben van positieve relaties
      4. Het zinvolle leven
        Ervaren onze jongeren dat ze deel uitmaken van een groter geheel (zorg, ervaren van schoonheid, ...)
      5. Iets bereiken
        Beseffen wat je reeds realiseerde, welke succes-ervaringen hebben onze jongeren?

      De World Health Organisation omschrijft geestelijke gezondheid als een toestand van welbevinden, waarin het individu zijn mogelijkheden realiseert, kan omgaan met de normale stress van het leven, productief kan zijn in zijn werk en een bijdrage kan leveren aan de samenleving (WHO 2014).

      Binnen ons internaat zetten we hard in om dit welbevinden mogelijk te maken. Bij de socio-emotionele begeleiding van onze jongeren werken we op 3 niveaus:

      • Emotioneel welbevinden of subjectief welbevinden:
        Tevredenheid met je eigen leven, ervaren van positieve gevoelens zoals geluk en interesse.
      • Psychisch welbevinden:
        Hierbij staat zelfverwerkelijking centraal, weten waar je naartoe wil en een positieve houding ontwikkelen ten opzichte van jezelf.
      • Sociaal welbevinden:
        De idee dat anderen waarderen wat je doet en een eigen positieve houding ten opzichte van de mensen om je heen.
      Binnen ons pedagogisch handelen gaan we steeds uit van de krachten, positieve eigenschappen en sterktes (strengths) van onze jongeren.
      Elk individu bezit zeer veel sterktes en kan deze ook verder ontwikkelen. Sterktes zijn positief en kunnen elkaar versterken.
      Welbevinden en sterktes (Seligmann)
    • Broaden and build theorie (Frederickson)

      Positieve emoties hebben een sterke impact op hoe we denken. Wie een positieve beleving heeft, staat opener ten opzichte van anderen, zowel ten opzichte van mensen die men reeds kent als ten opzichte van nieuwe contacten.

      Het opsplitsen van groepen in ‘wij’ versus ’zij’ neemt af. Positieve emotie leidt ook tot bouwen van duurzame persoonlijke bronnen en creëert een betere gezondheid en voldoening. 

      Persoonlijke bronnen

      1. Psychische hulpbronnen

      Positieve emoties bouwen psychische vermogens op. Door positiviteit te ervaren worden mensen volgens Frederickson optimistischer, veerkrachtiger, opener, accepteren ze meer en worden ze meer gedreven door een doel. Hierbij merkt Frederickson op dat het hebben van goede eigenschappen zelf ook positieve gevoelens kan voortbrengen, ze spreekt hierbij dus van een wederkerigheid.

      2. Intellectuele hulpbronnen

      Positieve emoties bouwen goede mentale gewoontes op. Volgens Frederickson zorgt het verbredingseffect van positieve emoties ervoor dat mensen een blijvende mentale gewoonte van openheid kunnen opbouwen. Met andere woorden: door positieve emoties te ervaren worden mensen bewuster van hun omgeving, en bijgevolg ook aandachtiger voor hun omgeving. Deze openheid voor de omgeving zorgt ervoor dat mensen meer openstaan voor leren, meerdere oplossingen voor hun problemen zien en verschillende manieren om doelen te bereiken afwegen.

      3. Sociale hulpbronnen

      Positieve emoties bouwen sociale banden op. Door positiviteit te ervaren wordt de positiviteit van de naasten ook gestimuleerd. Positiviteit is namelijk aanstekelijk en maakt aantrekkelijk, waardoor sociale banden sterker worden.

      4. Fysieke hulpbronnen

      Positieve emoties bouwen fysieke gezondheid op. Wetenschappers beginnen een steeds dieper verband te zien tussen positiviteit en gezondheid. Gezondheid leidt tot vreugde, maar omgekeerd kan positiviteit ook tot gezondheid leiden.

       

      Volgens de broaden–and–build theorie (verbreed–en–bouw theorie) van Fredrickson (2009) dienen positieve emoties in de evolutie een speciaal doel: zij stimuleren mensen om op een open, tolerante en opbouwende manier te denken. Positieve emoties zorgen dus voor een mogelijkheid tot groei, en zorgen ervoor dat onze gedachten en ons gedragsrepertoire wordt verbreed. Door dit effect zijn we bij positieve emoties mentaal naar buiten gericht, flexibel en creatief. Dit helpt ons onze intellectuele, sociale en fysieke capaciteiten op te bouwen en vergroot zo onze overlevingskansen op langere termijn.

      Negatieve emoties aan de andere kant - zoals angst en boosheid - attenderen ons volgens Frederickson (2009) op gevaar en maken ons gevechtsklaar door een onmiddellijk en vernauwd overlevingsgedrag te stimuleren (fight-or-flight-respons).

      Positieve en negatieve emoties zijn dus verschillend in hun actiegerichtheid. Negatieve emoties zorgen voor een vernauwd gedrag, en positieve emoties zorgen voor een verbreed gedrag.

      Broaden and build theorie (Frederickson)
    • Growth mindset versus fixed mindset (Carol Dweck)

      In een fixed mindset denk je niet in termen van: inspanning, groei door werken, verandering.
      Tegenover ‘Fixed mindset-denken plaatst stelt ze de ‘growth mindset’.

      Als we jongeren prijzen omdat ze een gave hebben voor muziek of taal bijvoorbeeld, dan zien we hoe jongeren het nadien minder goed doen dan wanneer we ze aangeven dat ze iets goed kunnen, er zeker veel voor gewerkt hebben en door verder hard te werken er verder in kunnen groeien. Als je te horen krijgt dat je een bijzonder talent hebt voor toneel, dan ervaar je een minder geslaagde voorstelling als een mislukking, eerder dan: dit hoort bij mijn weg, ‘wat kan ik hieruit leren’.

      Fixed mindset:
      Als je denkt dat intelligentie (intellectuele, sociale, emotionele, intelligentie) statisch is en vast staat. Dan verlang je ernaar om slim over te komen en neig je ernaar om:

      • Uitdagingen te vermijden
      • Defensief te worden en snel op te geven
      • Inspanning als nutteloos te zien
      • Kritiek te negeren
      • Je bedreigd te voelen door het succes van anderen

      Growth mindset:
      Ben je van mening dat je (intellectuele, sociale, emotionele intelligentie) kunt ontwikkelen, dan verlang je ernaar om te leren en heb je de neiging om:

      • Uitdagingen te omarmen
      • Vol te houden bij tegenslagen
      • Inspanning te zien als de weg naar meesterschap
      • Te leren van kritiek
      • Inspiratie te vinden in het succes van anderen

       

      Op deze manier bereik je steeds hogere niveau’s van functioneren.

      Als team internaat ‘De Muze’ willen we onze jongeren begeleiden in het ontwikkelen van een ‘growth mindset.We nodigen elke jongere uit om in een eigen groeiproces te stappen. We waarderen elk individu even veel voor de eigen talenten en de verdere ontwikkeling van hun sterktes. Denken vanuit een growth mindset betekent dat je je bij een probleem afvraagt ‘hoe ga ik verder’? in plaats van ‘bij de pakken te blijven zitten’. ‘Niet dat je valt, maar hoe je weer opstaat is belangrijk’!
      Growth mindset versus fixed mindset (Carol Dweck)
    • Creativiteit en flow (Mihaly Csikszentmihalyi)

      Flow refereert aan een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in zijn of haar bezigheden. Flow wordt gekenmerkt door volledige betrokkenheid bij de activiteit en het feit dat je de activiteit succesvol uitvoert. Belangrijkste theoreticus achter dit concept is de Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi

      Flow is een belangrijk concept in de positieve psychologie, waarvan Csikszentmihalyi (naast Martin Seligman) de belangrijkste grondleggers zijn.

      Volgens Csikszentmihalyi kan het gevoel van flow gekenmerkt worden door ten minste een aantal van de volgende acht kenmerken:

      1. Een duidelijk doel
      2. Concentratie en doelgerichtheid
      3. Je gaat volledig op in de activiteit
      4. Verlies van tijdsbesef: de tijd vliegt voorbij
      5. Directe feedback: succes en falen ten aanzien van de activiteit zijn onmiddellijk duidelijk, zodat je daarop het eigen handelen direct kan aanpassen
      6. Evenwicht tussen de eigen vaardigheid en de uit te voeren activiteit: de bezigheden zijn heel uitdagend maar echter nét niet te moeilijk om met succes uit te voeren
      7. Een gevoel van persoonlijke controle over de situatie of activiteit
      8. De activiteit is intrinsiek belonend, bijvoorbeeld erg leuk

      Een staat van 'flow' wordt geassocieerd met het streven om een bepaald doel te bereiken, zoals het schilderen van een schilderij of het bespelen van een instrument. Deze toestand wordt gerealiseerd als er sprake is van een optimale balans tussen de moeilijkheid van een taak en de specifieke vaardigheden van de persoon in kwestie. Verder kan je in staat van 'flow' boven je eigen kunnen uitstijgen en sneller leren en nieuwe inzichten verkrijgen.

      Creativiteit en flow (Mihaly Csikszentmihalyi)

    Zelf determinatie theorie (Deci & Ryan)

    Competentie

    Als je weet dat je iets niet kunt, dan is de motivatie vaak laag om die taak uit te voeren. Competentiegevoelens zijn dus belangrijk om intrinsieke motivatie te bevorderen. Het gaat hierbij niet zozeer dat je het daadwerkelijk kan, maar of je dit zelf ook zo ervaart.

    • Gedrag tot een goed einde kunnen brengen
    • Controle hebben over uitkomstgedrag
    Autonomie

    Autonomie beschrijven Ryan en Deci als zelfbeschikking. Je moet vrij zijn om je eigen keuzes te kunnen en mogen maken. Beperkingen en controle verminderen de autonomiegevoelens.

    • Initiator zijn van eigen acties
    • Zelf aan basis liggen van gedrag
    • Jezelf mogen en kunnen zijn

    Verbondenheid

    Verbondenheid, kan de intrinsieke motivatie versterken. Veiligheid en sociale steun zijn hiervan belangrijke pijlers. Door sociale steun (denk aan aanmoediging en complimentjes) kunnen de competentiegevoelens worden versterkt.

    • Geliefd worden door anderen
    • Goede, close relaties hebben

    Complimenten en aanmoediging zorgen dat iemand meer vertrouwen krijgt in het eigen kunnen. Dit leidt tot meer intrinsieke motivatie. Complimenten en aanmoediging geeft de jongere ook het gevoel van sociale steun.

    Ook autonomie beïnvloedt de competentiegevoelens. Iemand die zelf mag en kan kiezen over hoe en wanneer hij naar zijn doel werkt, krijgt meer vertrouwen in het eigen kunnen. Hierdoor groeit de intrinsieke motivatie.

    Indien deze 3 basisbehoeften bevredigd worden, ontstaat een maximale groeiruimte voor jongeren. De bevrediging van deze basisbehoeften is fundamenteel voor het welbevinden van mensen, of ze nu oud of jong zijn, man of vrouw, opgroeien in Azië dan wel Zuid-Amerika of West-Europa.

    Systeem en context

    Het ijsbergmodel

    ijsbergWe zien gedrag als een symptoom, iets wat uitsteekt boven de waterlijn. Dit gedrag kent vele redenen die zich onder de waterlijn bevinden. We zullen steeds het gedrag markeren, maar niet onmiddellijk sanctioneren (Behaviorisme Skinner/Pavlov). Door contextueel op te voeden via de systeemtheorie gaan we analyseren welke lasten er op de jongere wegen die dit gedrag veroorzaken. We maken gebruik van de aanwezige krachten, de positieve eigenschappen van het individu en de context om de lasten te verminderen of weg te werken. Hierdoor zal ook het gedrag van de jongere veranderen en het welbevinden, de emergentie en de veerkracht verhogen (Systeemtheorie Nagy /Zelfdeterminatie theorie (ZDT) Deci & Ryan).

    De Methode

    Deze methode geeft handvaten om de kenmerken van de jongere en de materiële en sociale context te optimaliseren waardoor de jongere en zijn materiële en sociale context een veerkrachtigere combinatie vormen. Kortom willen we via deze methode vier belangrijke dingen realiseren:

    1. De kenmerken van de jongere en zijn materiële en sociale context gedetailleerd in kaart brengen en analyseren hoe de kenmerken de veerkracht bevorderen of belemmeren.
    2. Vaststellen op welke manier de bevorderende kenmerken kunnen worden gebruikt en de belemmerende kenmerken kunnen worden bijgestuurd om de veerkracht te vergroten.
    3. Het opstellen van een doelenplan met acties die de veerkracht vergroten. Aan het doelenplan wordt de sociale context vastgekoppeld.
    4. Tot slotte de doelen en acties evalueren en bijsturen met de sociale context om aan precisie te winnen in functie van de te vergroten veerkracht.

     

     

    methode

    1. Intake



      Achtergrond: 
 
      Systemen en emergentie of netwerken en probleemoplossend vermogen / veerkracht. Onderscheid tussen symptoom (gedrag) en achterliggende probleemsituatie.



      Doel:

      Herstel van de emergentie of het probleemoplossend vermogen.
      Veerkracht = leren “leren"



      Methode:

      Samen informatie verzamelen, informatie analyseren, problemen onderkennen, doelen en acties stellen, netwerk verknopen, toepassen en evalueren (samengevat met de term zelfmanagement).
    1. Introductiefase

      Achtergrond
      Netwerkanalyse, veerkracht-analyse, ecologisch model van Bronfenbrenner kaderen in het detecteren van krachten en belemmeringen bij de intern en zijn sociale omgeving.

      Doel:
      Verzamelen van kracht- en belemmeringsgerichte informatie.



      Methode:

      De opvoeder laat door middel van gerichte vraagstelling vragen beantwoorden en noteren op het sjabloon van het gebruikte instrument.

      bronfenbrenner
    1. Doelenplan (SDAR: situatie – Doel – Actie – Resultaat)

      Achtergrond
      :

      Wat is een doel? Wat is een subdoel? Wat zijn acties?

      De rol van het netwerk. De zelfmanagement-cyclus.


      Doel
      Een doelenplan waarvan de intern eigenaar is.



      Methode:

      Vraag: 
      “Hoe ziet de situatie er uit wanneer probleem x minder of niet meer het geval is?”
      “Welke stappen (subdoelen) moeten we zetten om doel x te bereiken?”
      “Wie moeten we bereiken om doel x te bereiken?”
    1. Toepassen, evalueren & bijsturen

      Achtergrond
      :
      Verband tussen doelen, subdoelen en acties. Rol van terugval.

      Doel:
      Subdoelen handen en voeten geven met acties, deze acties toepassen en de acties evalueren en bijsturen

      Methode:
      Vraag:
      “Welke acties moeten we ondernemen om subdoel x te halen?”
      “Welke actie bracht ons dichter bij subdoel x en welke actie niet?”
      “Welke nieuwe actie moeten we stellen om ons dichter te brengen bij subdoel x?”
    1. Beantwoorden van zorgvragen

      Achtergrond
      :
      Sociale denkfouten, cognitieve leertheorieën, werking van het brein, ervaringsgerichte opbouw van nieuwe ervaringen.

      Doel:
      Weerstanden ombuigen, intrinsieke motivatie aanwakkeren en netwerk / emergentie versterken.

      Methode:
      Cognitieve technieken, consequentie-gerelateerd werken en niet normgerelateerd werken.

     

    Ons team is opgeleid in deze methodiek door:
    Bart Libbrecht
    Vialogos
    Gedeelde zorg

    Nieuwe autoriteit / NVR

    "We geven om jou,

    we zijn hier en we blijven hier,

    we doen wat nodig is,

    we zijn niet alleen."

    We baseren ons op een autoritatieve opvoedingsstijl die past binnen een vrije en pluralistische maatschappij.

    Met zijn Nieuwe Autoriteit biedt Haim Omer een denkkader voor een baanbrekende nieuwe vorm van autoriteit. Omer, hoogleraar psychologie in Tel Aviv, is reeds jaren internationaal bekend door zijn werk over geweldloos verzet. Hij maakt de stap naar een algehele opvoedingsstijl die toepasbaar is in de thuissituatie, op school en de samenleving. Het begrip waakzame zorg is daarbij een belangrijk element waarin hij op heldere wijze structurele gezinstherapie met hechtingstheorie combineert. 

    Nieuwe autoriteit biedt ouders, leraren, opvoeders, psychologen, beleidsmakers en anderen een kader om gezamenlijk de regie te pakken en vast te houden. Ons team is opgeleid om deze grondhouding toe te passen in de dagelijkse werking met jongeren.

    De opvoedingsstijl die we hanteren is gebaseerd op 5 pijlers :

    1. Aanwezigheid / Waakzame zorg
      De nieuwe autoriteit is gebaseerd op aanwezigheid, nabijheid en betrokkenheid van ouders en opvoeders. We weerstaan aan probleemgedrag, creëren samen veiligheid, vermijden escalaties en gaan in de eigen kracht staan. Waakzame zorg staat gelijk aan een betrokken aanwezigheid, kinderen en jongeren willen erbij horen, ook al lijken ze soms het tegenovergestelde te tonen. Door veel in interactie te gaan, regelmatig gesprekken te hebben, uit interesse vragen te stellen, contactmomenten te creëren,  de jongere erkenning te geven, bouw je een natuurlijke en ongedwongen aanwezigheid op. Door ook warmte en zorg in die nabijheid te leggen, wordt een geborgen vertrouwensband opgebouwd.

    2. Zelfcontrole
      “Ik moet nu niet winnen, alleen volhouden.”
      De opvoeder zet door en verwacht geen onmiddellijke maar een geleidelijke verandering in het gedrag van de jongere. De opvoeder zal “het ijzer smeden als het koud is”. Hij geeft de jongere bijvoorbeeld de boodschap “Ik vind jouw gedrag onaanvaardbaar, ik ga erover nadenken en ik kom er later op terug”. Je geeft het goede voorbeeld. Je mag fouten maken want die kunnen later altijd hersteld worden.

    3. Relatie en herstelgebaren

      Relatiegebaren
      We gaan bewust het contact aan met de jongere en verbreken het nooit, ook als het moeilijk wordt. 
      We gaan uit van een onvoorwaardelijke acceptatie voor de persoon van de jongere en geloven in zijn/haar mogelijkheden. 
      We vertrekken vanuit de positieve aspecten. We hebben respect voor zijn/haar autonomie en recht op eigen keuzes.
      We zijn fundamenteel nieuwsgierig voor wie deze jongere is.
      We bouwen elke dag aan een positieve relatie met de jongere en gebruiken deze kracht op momenten dat het lastig wordt.

      Herstelgebaren
      Als het misloopt, helpen herstelgebaren de relatie met de jongere te verbreden, zodat die niet langer alleen nog uit conflicten bestaat. De herstelgebaren hangen niet af van het gedrag van de jongere. Ze geven de mogelijkheid om onvoorwaardelijke acceptatie te tonen en contact te maken met de positieve aspecten van de jongere. Daarmee vormen ze een essentieel onderdeel van Geweldloos Verzet. Naast het de-escaleren is het een actieve uiting van het geweldloze aspect van de methode.

    4. Netwerk
      “It takes a village to raise a child”
      De opvoeder roept hulp in en doet een beroep op zijn netwerk, bestaande uit andere opvoeders, leerkrachten, de ouders van de jongere,… De jongere wordt aangesproken vanuit een wij-boodschap in plaats van een ik-boodschap.
    1. Transparantie
      Openheid maakt steun mogelijk. We gaan in communicatie met collega’s, de jongere, ouders, de school. We durven toegeven dat het soms moeilijk gaat en communiceren over de ondernomen acties. Door de omgeving te informeren over het gedrag en hun hulp te vragen ontstaat er sociale steun voor zowel ouder, opvoeder als jongere.

    Handelsgericht werken / HGW

    Handelingsgericht werken (HGW) wil de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van alle leerlingen verbeteren. Het is een systematische manier van werken, waarbij het aanbod afgestemd is op de onderwijsbehoeften en de opvoedingsbehoeften van de leerlingen. Aan de hand van de jongerenkenmerken wordt gekeken welke behoeften de betreffende jongere heeft. De begeleiding wordt daarop aangepast. HGW gaat uit van zeven principes, die er met elkaar voor zorgen dat de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de jongeren centraal staan en dat er goed afgestemd wordt met het kind en de ouders.

    Uitgangspunt 1:
    We stellen de behoeften van het individuele kind centraal. Opvoeders stellen zich de vraag wat het kind nodig heeft en wat de ontwikkelingsmogelijkheden zijn

    Uitgangspunt 2:
    Jongeren leren door interactie en ontwikkelen zich in een contact .
    Ouders zijn nadrukkelijk partner voor het internaat.

    Uitgangspunt 3:
    HGW staat voor systematiek en transparantie.
    HGW biedt een model voor planmatig handelen. De verschillende stappen zijn uitgeschreven, de logische stappen volgen elkaar op en de cyclus herhaalt zich.

    De Stappen
    1. Signaleren door waarnemen of meting
    2. Informatie verzamelen en analyseren
    3. Advies opstellen en voorbereiden (planning en interventie)
    4. Uitvoeren van de interventies
    5. Evaluatie en eventuele bijsturing

    Uitgangspunt 4:
    HGW is doelgericht. De opvoeder zal in overleg met de orthopedagoog haalbare doelen formuleren. Op regelmatige tijdstippen worden de acties geëvalueerd en eventueel bijgestuurd.

    Uitgangspunt 5:
    HGW werkt constructief samen. De ouder is de ervaringsdeskundige, de opvoeder is de opvoedingsprofessional. Het kind heeft vaak zelf een verklaring en oplossing, HGW heeft oog voor zijn/haar belevingswereld. Alle partijen worden betrokken in het opvoedingsproces.

    Uitgangspunt 6:
    We focussen op het positieve. Door gericht te zijn op problemen worden die meer uitvergroot en ziet men het positieve niet meer. Het benoemen van de positieve aspecten bevordert de sfeer en de communicatie. HGW richt zich op de sterktes van de jongere, de opvoeder en ouder.

    Uitgangspunt 7:
    De opvoeder is de spil bij het opvoeden op maat, de opvoeder kan het welbevinden en betrokkenheid doen toenemen. Een “sterke” opvoeder die kan omgaan met de dynamiek binnen de groep, de verschillen en gelijkenissen bij de internen heeft een grote invloed op de jongere.

    De vijf pedagogische vaardigheden van Patterson

    Vijf pedagogische vaardigheden De Amerikaanse orthopedagoog, Patterson, wijst alle ouders, leerkrachten en opvoeders op het belang van vijf opvoedkundige vaardigheden. Zij bewijzen hun deugdzaamheid naar alle jongeren toe Door heel bewust in te spelen op de kwaliteiten van deze vijf pedagogische vaardigheden, kunnen heel wat moeilijkheden en conflicten worden voorkomen.

    1. Leiding geven en grenzen stellen
      Zorg voor klare afspraken, duidelijke grenzen en maatregelen die op voorhand zijn afgesproken. Kinderen en jongeren moeten weten wat er heel concreet van hen wordt verwacht (en wat ze niet mogen doen). Het consequent opvolgen van de gemaakte afspraken versterkt de geloofwaardigheid van de opvoeder en van de geldende regels. Kies bij voorkeur voor een beperkt aantal duidelijke regels (rond het meest storende gedrag) dan een teveel aan regels. Geef voorrang aan die afspraken of regels die te maken hebben met de belangrijkste problemen die je op dat ogenblik ervaart.

    2. Monitoring
      Pubers laten zich niet bijsturen door een overdosis aan controle. Dit leidt enkel tot gespeelde volgzaamheid en stiekem gedrag. De beste resultaten worden bereikt door in het spanningsveld ‘nabijheid’ – ‘afstand’ te gaan staan: jongeren laten zich makkelijker bijsturen door iemand die respect toont voor hun leef- en ervaringswereld (weten wat hen bezig houdt, waar ze mee bezig zijn, waar ze rondhangen) en niet verlegen is om hen zo nodig aan te spreken op hun gedrag.

    3. Positieve betrokkenheid
      Laat zien dat je er staat voor jouw internen: hij/zij moet voelen en zien dat je er voor hem/haar/hen wil zijn en dat je in hem/ haar/hen blijft geloven. Maak duidelijk dat jouw internen op jouw inzet en deskundigheid kunnen rekenen en dat je oprecht geïnteresseerd bent in hun persoon.

    4. Positieve bekrachtiging
      Stel je vast dat jouw leerling(en) zich positief gedraagt/gedragen of geeft een van hen blijk van een positieve houding, maak dan duidelijk dat je dat gedrag waardeert. Reageer snel, oprecht en zonder overdrijving. Zorg steeds voor een positieve invalshoek wanneer je commentaar geeft (maar sluit je ogen niet voor wat zorgen baart). Kijk naar de goede punten in het groeiproces van de internen en benut alle aanwezige kansen. Druk vertrouwen uit.

    5. Probleemoplossend (leren) handelen
      Laat jouw jongeren mee nadenken over problemen. Stimuleer hen om zelf oplossingen te verzinnen. Geef hen de verantwoordelijkheid die ze redelijkerwijs aankunnen.

    8 ontwikkelingstaken voor adolecenten

    Voor ons leefgroepplan baseren we ons binnen De Muze, internaat Kunsthumaniora Brussel op de acht ontwikkelingstaken voor adolescenten. Deze ontwikkelingstaken vonden we terug bij Spanjaard.
    Ontwikkelingstaken zijn gerelateerd aan de eisen en verwachtingen die in een bepaalde cultuur voor een bepaalde leeftijdsgroep gelden (Spanjaard 2009).

    Het vervullen van een bepaalde ontwikkelingstaak zien we als een belangrijke voorwaarde voor een goed verloop van de verdere ontwikkeling.

    Via de acht ontwikkelingstaken kijken we als internaat naar alle aspecten die tijdens de adolescentie van belang zijn of het meest aan verandering onderhevig zijn.

    Verder volgt per ontwikkelingstaak een korte toelichting en een niet-limitatieve lijst van vaardigheden die de jongere nodig kan hebben om de desbetreffende ontwikkelingstaak op een competente wijze uit te voeren.


    groeiruimteOp basis van deze acht ontwikkelingstakken gaan we aan de slag met al onze internen(beeldvorming). Daar waar de vaardigheden bij een intern nog onvoldoende aanwezig zijn, starten we -binnen onze draagkracht- via handelingsgericht werken, doelenplannen en contextueel opvoeden individuele trajecten op. Hierbij worden steeds alle actoren (de jongere, zijn/haar ouders, de opvoeders, de school, externe partners) betrokken.

    Deze ontwikkelingstaken vormen samen ons leefgroepsplan en zijn de basis voor de brede basiszorg die we als internaat -binnen het zorgcontinuüm- aanbieden. waakzaam

    We gaan steeds uit van de positieve eigenschappen van de jongere en zijn/haar context en hebben een onvoorwaardelijke acceptatie voor de persoonlijkheid van elke intern.

    Waakzame zorg – Nieuwe autoriteit (Haim Omer)
    Onze grondhouding als opvoeder is gebaseerd op aanwezigheid, nabijheid en betrokkenheid van ouders en opvoeders. We weerstaan aan probleemgedrag, creëren samen veiligheid, vermijden escalaties en gaan in de eigen kracht staan. Waakzame zorg staat gelijk aan een betrokken aanwezigheid, jongeren willen erbij horen, ook al lijken ze soms het tegenovergestelde te tonen. Door veel in interactie te gaan, regelmatig gesprekken te hebben, uit interesse vragen te stellen, contactmomenten te creëren,  de jongere erkenning te geven, bouwen we een natuurlijke en ongedwongen aanwezigheid op. Door ook warmte en zorg in die nabijheid te leggen, wordt een geborgen vertrouwensband opgebouwd.

    De acht ontwikkelingstaken

    1. Het geven van vorm aan veranderende relaties in het gezin.
    2. Participeren in onderwijs of werk
    3. Zinvol invullen van vrije tijd
    4. Creëren en onderhouden van een eigen woon- en leefsituatie
    5. Omgaan met autoriteiten en instanties
    6. Zorg dragen voor gezondheid en uiterlijk
    7. Opbouwen en onderhouden van sociale contacten en vriendschappen
    8. Vormgeven aan intimiteit en seksualiteit

     

    1. Het geven van vorm aan veranderende relaties in het gezin

    Jongeren staan vaak voor de taak om enerzijds de banden met hun ouders, familie, broers, zussen te onderhouden of te verbeteren en anderzijds hun zelfstandigheid verder te ontwikkelen en eigen keuzes te leren maken. Het loskomen van ouders betekent ook eigen ideeën ontwikkelen en een eigen weg gaan. Dit alles kan leiden tot conflicten. De jongere kan bepaalde keuzes maken die niet altijd in overeenstemming zijn met de keuzes die de ouders maken. Ook kunnen er conflicten ontstaan omdat tussen ouders en adolescenten omdat de ouders niet akkoord gaan met bijvoorbeeld de vriendschappen die hun kind aangaat. De vraag is: Hoe gaat de jongere om met deze conflicten? Op welke manier leert hij enerzijds zijn eigen weg te gaan, en anderzijds een goed contact met zijn ouders te behouden.

    Voorbeelden van vaardigheden:

    • Eigen mening ontwikkelen en uiten tegenover ouders
    • Onderhandelen met ouders over meningsverschillen
    • Ruzies uitvechten en weer bijleggen
    • Begrip tonen voor de posities en keuzes van broer(s), zus(sen), …
    • Omgaan met gevoelens van loyaliteit
    1. Participeren in onderwijs of werk

    Tijdens de adolescentie moet de jongere moet de jongere belangrijke keuzes maken voor de toekomst. Welke richting kiest hij op school en wat voor werk zou hij later willen doen? Als de jongere werkervaring opdoet, is het goed om de ervaringen die hij opdoet samen te bespreken. Welke taken moest hij uitveren? Hoe is hij met deze taken omgegaan? Wat vindt hij van het werk of de stage? Hoe verliep het contact met de collega’s? Wat zou hij graag anders willen doen? Voor het deelnemen aan werk en/of onderwijs heeft de jongere veel vaardigheden nodig.

    Voorbeelden van vaardigheden:

    • Informatie vragen over studiemogelijkheden en werkmogelijkheden
    • Een vraag stellen aan een leraar/baas of een medeleerling/collega
    • Plannen en makken van huistaken
    • Observeren wat anderen doen
    • Luisteren naar wat anderen zeggen
    • Gehoor geven aan opdrachten
    • Langere tijd achter elkaar met hetzelfde bezig zijn
    • Met gereedschap/leermateriaal omgaan
    • Werk onderverdelen in overzichtelijke delen
    • Solliciteren
    • Onderscheid kunnen maken tussen kritiek op je werk en kritiek op je persoon
    • Weten hoe de school/het bedrijf in elkaar zit
    • Trots zijn op je eigen werk en dit ook laten merken
    1. Zinvol invullen van vrije tijd

    Wat doe je met je tijd als je niets hoeft te doen? Mensen met een drukbezet leven kunnen zich nauwelijks voorstellen dat dit een probleem kan zijn. Voor sommige jongeren is vrijetijdsbesteding een zware taak en opgave. Soms hebben ze geen goede voorbeelden gekend. Dat wil zeggen dat hun directe omgeving (gezinsleden, familie, vrienden) hen weinig inspireerde tot vrijetijdsactiviteiten. Door problemen in het gezin worden er bijvoorbeeld weinig leuke dingen samen gedaan. Het zelf vorm en inhoud geven van het eigen doen en laten vereist een groot aantal vaardigheden, met name zelfmanagementvaadigheden. Door je vrijetijdsbesteding laat je iets van jezelf zien.

    Voorbeelden van vaardigheden:

    • Informatie verzamelen over vrijetijdsactiviteiten
    • Aan anderen duidelijk maken dat je nog maar een beginner bent in een bepaalde activiteit
    • Je tijd zo indelen dat je vrije tijd valt in een periode dat er iets leuk te doen is
    • Experimenteren met vrijetijdsactiviteiten die je net kent
    • Zicht hebben op je mogelijkheden en beperkingen
    • Met een spel doorgaan, ook als je verliest
    • Ertegen kunnen als anderen je vrijetijdsactiviteiten observeren
    • Iets terugzeggen als anderen je plagen over bijvoorbeeld je onhandigheid
    • Je vrijetijdsactiviteiten op een goede manier indelen
    • Je bezig durven houden met vrijetijdsactiviteiten die anderen onnozel of belachelijk vinden
    1. Creëren en onderhouden van een eigen woon- en leefsituatie

    Wanneer de jongere alleen gaat wonen, komen er nieuwe taken op hem af.

    Voorbeelden van vaardigheden:

    • Eenvoudige maaltijden bereiden
    • Met geld omgaan
    • Inkopen doen
    • Eenvoudige reparaties verrichten, bijvoorbeeld aan een fiets
    • Kennismaken met de buren
    • Huur betalen
    • De huisbaas bellen bij problemen
    • De wasmachine bedienen
    • Wasgoed kunnen sorteren
    • Een brief schrijven
    • Gebruikmaken van openbare gelegenheden zoals bank, post, ziekenhuis, bibliotheek …
    • Zelfstandig reizen met het openbaar vervoer
    • Regels kennen over verkoop en handel
    • Op een handige manier afwassen
    • Huurcontract afsluiten
    • De leefruimte schoonhouden
    1. Omgaan met autoriteiten en instanties
      Iedereen komt in aanraking et autoriteiten. Om gedaan te krijgen wat je wilt, moet je leren om op een adequate wijze met deze autoriteiten om te gaan. Als je wilt dat je leraar je een hoger cijfer geeft, moet je hem niet uitschelden maar vriendelijk en met respect benaderen en uitleggen waarom je denkt dat je een hoger cijfer ebt verdiend. Het is belangrijk dat een jongere leert hoe hij verschillende autoriteiten kan benaderen.

    Voorbeeld van vaardigheden:

    • Weten hoe je verschillende autoriteiten aanspreekt
    • Een vraag stellen aan een autoriteit
    • Je mening kenbaar maken aan een autoriteit
    • Onderhandelen met een autoriteit
    • Weten wat je wel of niet kan zeggen tegen een autoriteit
    • Weten welke autoriteit waarvoor is en welke bevoegdheid hij heeft
    • Accepteren dat een autoriteit een bepaalde macht heeft
    1. Zorg dragen voor gezondheid en uiterlijk

    Van jongeren wordt verwacht dat ze de verantwoordelijkheid voor hun lichaam en hun gezondheid op zich nemen. Dit is nog belangrijker wanneer jongeren de stap naar het alleen wonen zetten. Het is belangrijk dat ze zicht weten te verzekeren tegen een ongeval of ziekte. Ook het voorkomen van zeken is van groot belang. Informatie is daarbij heel belangrijk.

    Voorbeelden van vaardigheden:

    • Wassen/douchen/scheren/tanden poetsen
    • Niet te vaak en ook niet te weinig je haar wassen
    • Op tijd ondergoed en sokken verschonen
    • Wondjes en puistjes ontsmetten en er niet aanzitten
    • Op tijd en regelmatig eten
    • Oog hebben voor de kwaliteit van eten en drinken
    • Kijken of producten, vlees- en zuivelproducten, niet over de houdbaarheidsdatum zijn
    • Verantwoord gebruik maken van medicijnen
    • Weten hoe je je gedraagt onder invloed van alcohol en drugs
    • Naar de huisarts gaan bij klachten
    • Jezelf verzorgen en kleden zodat je op anderen een acceptabele indruk maakt.
    1. Opbouwen en onderhouden van sociale contacten en vriendschappen

    Hoe maak je nieuwe vrienden en hoe houd je vriendschappen in stand? Geen vrienden hebben kan heel pijnlijk zijn. Een jongere kan zichzelf beschermen door te zeggen dat hij liever alleen is. Op deze manier ontloopt hij de taak om vriendschappen te sluiten. Welke vaardigheden heeft de jongere geleerd om vriendschappen te sluiten? In welke omstandigheden verkeert de jongere? Welke activiteiten kan de jongere ontplooien om in aanraking te komen met andere jongeren? Welke vaardigheden kan hij leren om het conflict met zijn beste vriend bij te leggen? Omgangsvormen, assertiviteit, het vermogen om vriendschap te sluiten en het kunnen uiten van genegenheid, zijn nodig om met andere mensen om te gaan.

    Voorbeelden van vaardigheden:

    • Groeten
    • Jezelf voorstellen aan iemand
    • Afspraken maken
    • Een vraag stellen
    • Op tijd komen
    • Je aan de spelregels houden
    • Om hulp vragen als je iets niet kunt of niet weet
    • Meedoen aan een gesprek of een spelletje
    • Iemand een aanwijzing geven zonder dat de ander zich bekritiseerd voelt
    • Verontschuldigingen maken
    • Oog hebben voor de gevoelsuitingen van anderen
    • Uitdrukking geven aan je eigen gevoel
    • Met iemand onderhandelen bij bijvoorbeeld een meningsverschil
    • Een compromis kunnen afsluiten
    • Jezelf beheersen als je erg kwaad bent
    • Opkomen voor je rechten, bijvoorbeeld door medestanders te zoeken
    • Reageren op pesten, door het te negeren of een grapje te maken
    • Samen met anderen een besluit nemen
    • Met anderen samenwerken
    • Een complimentje ontvangen
    • Rekening houden met de gevoelens van anderen uit een minderheidsgroep
    • Ergens toestemming voor vragen
    • ‘Neen’ zeggen als anderen je iets willen laten doen wat je eigenlijk niet prettig vindt
    1. Vormgeven aan intimiteit en seksualiteit
      Intimiteit en seksualiteit omvat meer dan seks. We bedoelen er ook de ‘seksuele identiteit’ mee. Dat is de mate waarin de jongere zichzelf als jongen of meisje beleeft. Onder seksualiteit valt ook de ‘sekserol’. Dat is de verzamelnaam voor allerlei gedrag dat in een bepaalde cultuur als mannelijk of vrouwelijk geldt. De term ‘seksuele voorkeur’ wordt gebruikt om aan te geven of een jongen of meisje een hetero-, homo- of biseksuele voorkeur heeft. Dan is er nog seksueel gedrag. Daaronder valt fantaseren over seks, seks met jezelf, seks met anderen, maar ook toenaderingsgedrag zoals contact leggen en flirten.

     

    Seksualiteit is een onderwerp dat veel jongeren bezighoudt. Zij beschikken vaak over onvoldoende vaardigheden en kennis op dit gebied. Ook als er geen specifieke problemen lijken te zijn, is het toch goed om seksualiteit tot onderwerp van gesprek te maken. Seksuele voorlichting is van groot belang en kan de jongere helpen in zijn toekomstige contacten. Alleen al het verstrekken van informatie kan verhelderend werken en tot taakverlichting leiden.


    Voorbeelden van vaardigheden:

    • Contact leggen met iemand die je leuk of spannend vindt
    • Uitkomen voor je seksuele voorkeur
    • Aan iemand kenbaar makken dat je hem leuk vindt
    • Initiatief nemen tot aanrakingen
    • Op een goede manier praten over wat jij en de ander niet leuk vinden bij seks
    • Weten wat je zelf wel of niet prettig vindt
    • ‘Neen’ zeggen als je iets niet wilt
    • Vragen wat de ander wel en niet wil
    • Oog hebben voor wat de ander wel en niet wil
    • Begrip tonen als de ander iets niet wil
    • Kunnen stoppen als jij zelf of de ander niet verder wil
    • Zorgen voor voorbehoedsmiddelen
    • Elkaar waarschuwen bij geslachtsziekten

     

    Spanjaard & Slot
    Vialogos – Gedeelde zorg – Bart Libbrech

  • Download de folder

    Adres

    Chrysantenstraat 26, 1020 Brussel

    02/474.06.03

    02/474.06.36  (na 17 uur) of 0472 78 30 05

    Mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

     

    Structuur

    Het internaatsteam bestaat uit:

    • de directeur van de Kunsthumaniora Brussel, Serge Algoet
    • de internaatsbeheerder, David De Decker
    • het team van opvoeders
    • het meesters-, vak- en dienstpersoneel

    Internaatsreglement

    Het internaatsreglement is op de site beschikbaar en bestaat uit 2 delen:

    Ontspanning

    Het internaat biedt een waaier van ontspanningsmogelijkheden georganiseerd door de school, de opvoeders en de leerlingen. 

    Daarnaast is er ook onze tuin en onze eigen ontspanningsruimte.

    Al deze activiteiten vinden steeds plaats onder begeleiding.

    Eigen kamer

    De internen beschikken over een eigen kamer met bed, kast, bureau, stoel, warm en koud stromend water.

    Op elke gang zijn de nodige douches en toiletten voorzien. 

    Het internaat is niet toegankelijk voor externe leerlingen en is gesloten tijdens de schooluren.

    Eten

    Het ontbijt, vieruurtje en het avondmaal worden geserveerd in de eigen refter, het middagmaal wordt geserveerd in de refter van de school.

     

    Studeren

    Op basis van een analyse van de leerstijl van elke intern, studeren onze jongeren in de studiezaal, een lokaal of op de eigen kamer. We leren onze internen leerstrategieën aan en ondersteunen hen bij het studieproces.

     

    Binnenkomen en vertrekken

    Het internaat bevindt zich in de gebouwen van de school.

    De eerste schooldag van de week is het internaat open vanaf 7.30u, binnenkomen op zondag kan tussen 19.00u en 22.00u

    De internen verlaten de school elke vrijdag  in functie van hun eigen lessenrooster.

    De bagage wordt klaargezet op vrijdagmorgen.

    Kostprijs

    Het kostgeld bedraagt 14€ per opengestelde dag, dat wil zeggen dat we dit bedrag aanrekenen per dag dat er gegeten en geslapen wordt. In geval van ziekte van 3 dagen met attest wordt het kostgeld niet aangerekend. Indien de intern in samenspraak met de ouders, niet blijft overnachten wordt het kostgeld wel aangerekend.

    Vakantiedagen worden uiteraard niet in rekening gebracht. Deze prijs Ber opengestelde dag omvat alle kosten (activiteiten, 3 maaltijden per dag, overnachting ). U ontvangt van ons maandelijks een factuur.

    Praktisch
  • Inschrijvingen kunnen steeds gebeuren na telefonische afspraak of via het formulier op de pagina met inschrijvingen.

    Indien u een bezoek wenst te brengen aan ons internaat, is dit steeds mogelijk na afspraak met de beheerder David De Decker op 02/474.06.03 of via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

    Hierbij maken wij onderscheid tussen drie groepen:

    Eerste graad 

    Voor de eerste graad kan dit ruim op voorhand gebeuren aangezien er geen audities zijn, wij richten ons wel naar "muzische kinderen" aangezien wij een onderdeel van een Kunsthumaniora zijn.

    Tweede en derde graad

    Hier is de inschrijving in het internaat altijd afhankelijk van het slagen voor een toelatingsproef voor de gekozen kunstrichting: Muziek, Woord of Dans.

    Jongeren die geen leerling zijn aan de Kunsthumaniora Brussel.

    Leerlingen van de Kunsthumaniora Brussel hebben steeds voorrang om intern te worden. Indien er nog kamers beschikbaar zijn, stellen we ons internaat ook open voor jongeren die in andere scholen les volgen. Onze doorgedreven ‘zorg op maat’ en ons contextueel handelen, maakt dat jongeren die zich in moeilijke opvoedingssituaties bevinden, baat kunnen hebben aan een verblijf op ons internaat. Graag werken we hierbij samen met het CLB, het OCMW of de dienst jongerenwelzijn. Hou er wel rekening mee dat het aantal beschikbare kamers per schooljaar beperkt is en dat ons internaat de jaarkalender van de Kunsthumaniora Brussel volgt (facultatieve verlofdagen, pedagogische studiedagen, lessen op woensdag namiddag, …)

    Nodige documenten bij de inschrijving : 

    • identiteitskaart van uw kind
    • 2 kleefbriefjes van uw ziekenfonds
    • gegevens van uw huisarts
    • bankrekeningnummer voor de betalingen van het kostgeld

    Wij beschikken over 88 kamers en normaliter is er slechts een beperkte uitstroming van zo'n 20 internen per schooljaar. Het is daarom aangewezen dat u ons voldoende op voorhand contacteert.

    Het kostgeld bedraagt 14€ per opengestelde dag, dat wil zeggen dat we dit bedrag aanrekenen per dag dat er gegeten en geslapen wordt. In geval van ziekte van 3 dagen met attest wordt het kostgeld niet aangerekend. Indien de intern in samenspraak met de ouders, niet blijft overnachten wordt het kostgeld wel aangerekend. Vakantiedagen worden uiteraard niet in rekening gebracht. Deze prijs Ber opengestelde dag omvat alle kosten (activiteiten, 3 maaltijden per dag, overnachting ). U ontvangt van ons maandelijks een factuur.

    Schrijf je in
  • 7.00u - 8.00u Opstaan & ontbijt
    8.25u Vertrek naar de les
    13.00u Middagmaal op school
    16.20u - 16.45u Vieruurtje - ontspanning
    16.45u - 18.15u Studie
    18.15u - 19u Avondmaal
    19u - 20u Studie artistieke vakken
    20u Ontspannning
    21.30u Bedtijd 1ste graad
    22.00u Bedtijd 1ste jaar 2de graad
    22.30u Bedtijd 2de jaar 2de graad
    23.00u Bedtijd 3de graad
    Dagindeling
  • Controleer steeds onderstaande lijst bij het maken van de bagage van uw kind.

    Voorzie ieder voorwerp van de naam van uw kind. Het internaat is niet verantwoordelijk voor verlies of beschadiging van persoonlijke spullen.

    • 

voldoende ondergoed en kledij voor 5 dagen
    • linnenzak voor vuile kledij

    • slaapkledij

    • regenkledij

    • sportieve buitenkledij
    • 
badpak of zwembroek, badmuts en badhanddoek in sporttas

    • nodige medicijnen en toelatingsformulier om deze toe te dienen

    • washandjes en handdoeken

    • douchegel en shampoo

    • haarborstel, kam, tandenborstel, tandpasta en beker

    • toiletzak

    • nagelknipper en borsteltje

    • maandverband voor meisjes

    • zakdoeken
    • 2 paar schoenen voor dagelijks gebruik

    • 1 paar sportschoenen voor buiten
    • boekentas / rugzak met alle schoolbenodigdheden

    • dekbed, overtrek, kussen, kussensloop en onderlaken

    Benodigdheden
  • David De Decker

    Wat deed u vroeger?

    Als oud-leerling van deze school studeerde ik af in de marketing / reclame, volgde een opleiding audiovisuele realisatie en behaalde mijn diploma van leraar. Ik werkte voornamelijk als realisator van reportages en documentaires voor verschillende zenders. Als docent audiovisuele vorming heb ik deze kennis 10 jaar mogen overbrengen aan de leerlingen uit de woordafdeling van de Kunsthumaniora Brussel.

    Wat doet u nu?

    Sinds 1 september 2016 werk ik als beheerder van het internaat van de Kunsthumaniora Brussel.

    Wat wil u de leerlingen meegeven?

    Om in de maatschappij te kunnen meespelen is er heel veel oefenruimte nodig. Graag wil ik binnen ons internaat een wereld aanbieden waarin we begeleiding, ondersteuning en zorg bieden op basis van de onderwijs- en zorgbehoefte van elke interne leerling. Onze jonge mensen krijgen bij ons de nodige groeiruimte om zich te ontwikkelen tot gelukkige, artistieke, mondige, positief-kritische en zelfstandige persoonlijkheden. Ik wil dat de jonge ‘kunstenaars’ die bij ons op internaat verblijven zich, met een open geest, als creatief individu kunnen ontplooien. Hiervoor creëren we een veilige ruimte waarin ze blijvend kansen krijgen. Om dit te bereiken is er een intensieve samenwerking nodig tussen onze jongeren, hun ouders, de school en het internaat.
 Samen bouwen we aan een stabiele basis voor de toekomst !
  • Chris Wouters

    Chris Wouters

    Wat deed u vroeger?

    Ik studeerde af als geaggregeerde lager secundair onderwijs met de vakken Nederlands en Engels, aan de middelbare normaalschool van Tongeren. In 1986 maakte ik mijn entree als studiemeester-opvoeder aan het internaat van Kunsthumaniora Brussel.

    Wat doet u nu?

    Na een kort intermezzo van 2 jaar waarin ik beheerder werd in deze school, heb ik in 2008 mijn comeback gemaakt in het internaat. Mijn hart ligt toch echt bij de job die ik nu uitvoer.

    Wat wil u de leerlingen meegeven?

    Ik wil de leerlingen zo goed mogelijk begeleiden op het vlak van hun studie. Ook wil ik hen een aantal waarden meegeven die ik zelf erg belangrijk vind en die ik van thuis heb meegekregen, namelijk respect, verdraagzaamheid en eerlijkheid.

    Sien D'hoe

    Sien D'hoe

    Wat deed u vroeger?

    Ik heb altijd in de jeugdbeweging gezeten, ook als leidster en wist al heel gauw dat ik met jongeren wilde werken. Vandaar mijn keuze voor de richting bijzondere jeugd en gehandicaptenzorg. Ik heb ook nog een half jaar orthopedagogie gestudeerd.

    Wat doet u nu?

    Ik ben opvoedster in het internaat van deze school. Vroeger droomde ik van dansen en musiceren, maar dat heb ik helaas niet kunnen waarmaken. Als opvoedster kan ik het nu toch vanop de eerste rij beleven met de internen.

    Wat wil u de leerlingen meegeven?

    Respect voor anderen. Ik probeer de internen ook wat normen en waarden bij te brengen, en hen zo goed mogelijk op te voeden. Deze job is echt mijn passie.

    Riftara Mohammad

    Riftara Mohammad

    Wat deed u vroeger?

    Na het behalen van mijn bachelor in het onderwijs, heb ik nog gewerkt als coördinator naschoolse taalondersteuning en huiswerkbegeleiding bij het OCMW. Als student was ik ook animator in het UZ Jette.

    Wat doet u nu?

    Naast leerkracht geschiedenis in de 1ste en 2de graad, ben ik opvoedster in het internaat.

    Wat wil u de leerlingen meegeven?

    Tijdens de lessen geschiedenis gaan we de hedendaagse maatschappij analyseren vanuit een grondige historische achtergrondkennis. Samen met de leerlingen gaan we de geschiedenis bevragen vanuit probleemstellingen die ook relevant kunnen zijn voor de verheldering van gedragingen in de hedendaagse samenleving.

    Willy Cassiman

    Willy Cassiman

    Wat deed u vroeger?

    In 1983 ben ik als regent lichamelijke opvoeding afgestudeerd en datzelfde jaar ben ik meteen beginnen te werken aan Kunsthumaniora Brussel. Ik heb dan ook geen andere werkervaring en ben er als het ware ingerold. Het lot bepaalt je leven.

    Wat doet u nu?

    Ik werk als opvoeder aan het internaat en doe mijn job nog altijd erg graag. Vroeger beoefende ik vele sporten, maar nu houd ik het op fitness, wandelen en fietsen. Niets spectaculair meer. Voor de rest houd ik van muziek, reizen, koken en wijn.

    Wat wil u de leerlingen meegeven?

    Ik wil hen zin voor verantwoordelijkheid, eerlijkheid en behulpzaamheid bijbrengen. En dat ze leren om initiatief te nemen. Dat zijn voor mij de belangrijke zaken.

    Evelien Adam

    Evelien Adam

    Wat deed u vroeger?

    Ik studeerde af als bachelor in de Orthopedagogie en behaalde nadien mijn Specifieke Lerarenopleiding. Ik werkte enkele jaren als begeleider/orthopedagoog bij niet-begeleide minderjarige vluchtelingen en jongeren met gedrags -en emotionele problemen. Daarnaast werkte ik als projectmedewerker en gaf Nederlands als tweede taal bij anderstalige nieuwkomers in een basisschool.

    Wat doet u nu?

    Ik werk momenteel als beleidsmedewerker en opvoeder op het internaat van Kunsthumaniora Brussel.

    Wat wil u de leerlingen meegeven?

    "On ne voit bien qu'avec le coeur, l'essentiel est invisible pour les yeux." (Antoine de Saint-Exupéry)

    Marjonela Berisha

    Marjonela Berisha

    Wat deed u vroeger?

    Rond mijn 16 jaar ben ik als monitor bij Okido in Merchtem begonnen. Aansluitend daarbij ben ik jaren lesgeefster bij een zwemclub, De Dolfijnen Asse-Ternat geweest. Zowel bij Okido als bij de zwemclub DDAT werkte ik met kleuters, lagere schoolgaande kinderen als met jongeren.

    Wat doet u nu?

    Met heel mijn hart heb ik altijd graag met peuters, lagere schoolgaande kinderen en jongeren gewerkt. Na het Secundair Onderwijs besloot ik om Orthopedagogie te gaan studeren. Ik behaalde mijn Bachelor in de Orthopedagogie in 2016. Kort nadien begon ik na een leuke stage periode te werken op het Internaat van de Kunsthumaniora Brussel. Naast mijn job op de Kunsthumaniora van Brussel probeer ik mijn Specifieke Lerarenopleiding te behalen.

    Wat wil u de leerlingen meegeven?

    Ik wil de jongeren een ondersteunde rol bieden, waarbij ze zich in een warme, thuisondersteunde omgeving verder kunnen ontwikkelen, maar ook zichzelf kunnen ontdekken.
  • Klik hier om je in te schrijven voor het ouderfeest van 7 oktober 2018
Muziek

Muziek

Woord

Woord

Dans

Dans

Creatie en mode

Creatie en mode

Podiumtechnieken

Podiumtechnieken

7de jaar

7de jaar

Algemene vakken

Algemene vakken

Eerste Graad

Eerste Graad

Smartschool

Smartschool

Schrijf je in

Schrijf je in

Contact

Contact

Nieuws

Nieuws

Internaat

Internaat

Over

Over

Media

Media

Reserveren

Reserveren

Wall Of Fame

Wall Of Fame

Zomerstages

Zomerstages

Chrysantenstraat 26, 1020 Brussel | Tel: 02/502.05.04 | GSM: 0467 63 21 81 | info@kunsthumaniorabrussel.be